ECLI:NL:CRVB:2012:BY4646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- B.J. van de Griend
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding kleine component bij dienstreizen defensie
Appellant, een burgerambtenaar bij het Ministerie van Defensie, verzocht vergoeding van de kleine component voor gemaakte kosten tijdens dienstreizen in 2010. Deze verzoeken werden afgewezen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat noodzakelijke kosten waren gemaakt. De rechtbank vernietigde een besluit wegens motiveringsgebrek, maar hield de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken.
De Raad overwoog dat de kleine component bedoeld is voor noodzakelijke kleine uitgaven, zoals consumpties die buiten defensielocaties worden gemaakt. Het beleid is dat alleen noodzakelijke kosten worden vergoed, waarbij de reiziger de noodzaak moet aantonen. Appellant stelde dat hij door fileleed langere reistijden had en daarom uit verkeersveiligheid bij benzinestations stopte voor consumpties. De Raad vond dat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt en dat de reistijden niet zodanig waren dat rustpauzes noodzakelijk waren.
Verder was geen sprake van bijzondere omstandigheden zoals medische redenen die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Ook het feit dat bij andere collega’s de kleine component wel werd toegekend, leidde niet tot een ander oordeel. Ten aanzien van de dwangsom stelde appellant dat de minister te laat had beslist op bezwaar, maar de Raad oordeelde dat het besluit binnen de wettelijke termijn was genomen en dus geen dwangsom verschuldigd was.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde de hoger beroepen ongegrond en bevestigde de aangevallen uitspraken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de vergoeding van de kleine component en wijst het hoger beroep af.