ECLI:NL:CRVB:2012:BY3911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdere Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar verdere Ziektewet-uitkering te weigeren per 17 november 2010, omdat zij volgens de bezwaarverzekeringsarts niet ongeschikt is voor haar arbeid als tomatenplukster. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts zwaar liet wegen.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met aanvullende medische informatie van PsyQ. Zij stelde dat haar psychische klachten werden onderschat. De Raad heeft dit onderzocht en geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de bezwaarverzekeringsarts gemotiveerd heeft toegelicht waarom appellante niet ongeschikt is voor haar werk.
De aanvullende informatie van PsyQ, waaruit een matige depressie blijkt, leverde geen nieuwe gezichtspunten op die het oordeel over de datum van 17 november 2010 zouden wijzigen. De Raad concludeerde dat appellante met haar klachten in staat moet worden geacht eenvoudig uitvoerend werk in de tuinbouw te verrichten. Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van verdere Ziektewet-uitkering omdat appellante arbeidsgeschikt is.