ECLI:NL:CRVB:2012:BY3802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar en inkomensvoorziening op grond van Wet investeren in jongeren
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college om geen inkomensvoorziening toe te kennen wegens het niet tijdig overleggen van gevraagde gegevens. Het college kende later alsnog een inkomensvoorziening toe met ingang van 31 december 2009. Het bezwaar tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het college het bezwaar met het latere besluit volledig tegemoet was gekomen.
Appellante voerde aan dat de inkomensvoorziening eerder had moeten ingaan omdat de lening van de IBG niet als passende en toereikende voorziening kon worden aangemerkt. De Raad overwoog dat de basisbeurs die appellante tot en met 30 december 2009 ontving, een passende en toereikende voorliggende voorziening vormt volgens artikel 42 van Pro de WIJ.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij de gevraagde stukken tijdig had verzonden, waardoor het college niet te verwijten viel het eerste besluit te nemen. Gezien het beroep op de basisbeurs kon geen inkomensvoorziening worden toegekend voor de periode voor 31 december 2009. Het hoger beroep werd afgewezen en de proceskostenvergoeding geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard; geen proceskostenvergoeding toegekend.