ECLI:NL:CRVB:2012:BY3642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- E.J.M. Heijs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding
Appellant vroeg op 15 december 2010 bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), wonend bij een kennis in een tweekamerwoning. Het college wees de aanvraag af omdat appellant een gezamenlijke huishouding voert met de hoofdbewoner, waardoor hij niet als zelfstandig subject van bijstand kan worden aangemerkt.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat geen sprake was van wederzijdse zorg en dat zijn verklaring niet correct was weergegeven. De Raad stelde vast dat appellant en de hoofdbewoner hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en dat wederzijdse zorg bestond, aangezien appellant ook bijdroeg aan koken en schoonmaken.
De Raad oordeelde dat de verklaring van appellant, hoewel niet ambtelijk vastgelegd, voldoende bewijs leverde en dat het rapport van de Dienst Werk en Inkomen geen aanleiding gaf tot andersluidende conclusies. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met wederzijdse zorg.