ECLI:NL:CRVB:2012:BY3207
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid hoger beroep tegen uitspraak inzake inhouding werkloosheidsuitkering
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank waarbij het verzet tegen een inhoudingsbesluit op zijn werkloosheidsuitkering ongegrond werd verklaard. De rechtbank had het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van griffierecht. Volgens artikel 18, tweede lid, van de Beroepswet is tegen een dergelijke uitspraak geen hoger beroep mogelijk.
Verzoeker stelde dat fundamentele procesbeginselen waren geschonden omdat hij niet op het verzet was gehoord. De Raad overweegt dat een verzoek om gehoord te worden niet tijdig was gedaan en dat het onderliggende besluit geen bestraffend karakter heeft zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Daarom is geen sprake van een schending die het appelverbod doorbreekt.
De voorzieningenrechter concludeert dat hij niet bevoegd is kennis te nemen van het hoger beroep en ook niet kan beslissen op het verzoek om voorlopige voorziening. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 5 november 2012.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.