ECLI:NL:CRVB:2012:BY3190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld op juiste medische en arbeidskundige gronden bevestigd
Appellante, werkzaam als medewerkster op een kinderdagverblijf, meldde zich arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en ontving aanvankelijk een WIA-uitkering die werd geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na een busongeval ontving zij een Ziektewetuitkering. Het UWV verklaarde haar per 1 augustus 2009 weer geschikt voor arbeid, wat leidde tot beëindiging van het ziekengeld.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar beperkingen, zowel lichamelijk als psychisch, waren onderschat en dat zij de geduide functies niet kon verrichten vanwege overschrijding van haar belastbaarheid. De bezwaararbeidsdeskundige en bezwaarverzekeringsartsen concludeerden echter dat zij geschikt was voor ten minste één functie, zoals sorteerder/controleur. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde het besluit tot beëindiging van het ziekengeld.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte de passendheid van de functies niet ter discussie stelde en dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom zij ondanks haar beperkingen geschikt werd geacht. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV op juiste gronden het ziekengeld heeft beëindigd, mede gelet op de medische rapportages en de Functionele Mogelijkheden Lijst van oktober 2009. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld per 1 augustus 2009 wordt bevestigd.