ECLI:NL:CRVB:2012:BY3117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Beëindiging vrijwillige Ziektewet-verzekering zonder terugwerkende kracht
Appellant sloot in 1992 een vrijwillige ziekengeld- en arbeidsongeschiktheidsverzekering af bij het UWV. Na onderzoek in 2010 bleek hij sinds 1997 directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een BV te zijn, waardoor de BV verplicht is het loon door te betalen bij ziekte en het UWV geen ziekengeld verstrekt. Het UWV beëindigde daarom de vrijwillige ZW-verzekering per 25 maart 2010.
Appellant maakte bezwaar tegen de beëindigingsdatum en stelde dat de verzekering met terugwerkende kracht tot 2 oktober 1997 beëindigd moest worden, het moment waarop hij DGA werd. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een terugwerkende beëindiging rechtvaardigen.
De Raad benadrukte dat appellant het UWV niet had geïnformeerd over zijn statuswijziging en dat het UWV zelfs na 1997 nog ten onrechte ziekengeld had verstrekt. Ook werd geoordeeld dat de e-mail van appellant uit maart 2010 niet als opzegging van de verzekering kon worden beschouwd.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De vrijwillige Ziektewet-verzekering wordt beëindigd per 25 maart 2010 zonder terugwerkende kracht.