ECLI:NL:CRVB:2012:BY2978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld vermogen in Turkije
Appellante ontving sinds 1998 bijstand en meldde niet dat zij vanaf 31 juli 2002 een appartement in Turkije bezat met een getaxeerde waarde van €40.918,92, wat boven de vrijlatingsgrens viel. Na een onderzoek door het IBF en de Sociale Recherche Fryslân concludeerde het college dat appellante in strijd met haar inlichtingenplicht handelde.
Het college trok de bijstand met ingang van 1 februari 2009 in en vorderde de kosten van de verleende bijstand over de periode 1 januari 2002 tot en met 15 juli 2004 terug. Appellante voerde aan dat de waarde van het appartement op 31 juli 2002 lager was en dat zij slechts de blote eigendom bezat, maar kon dit niet aannemelijk maken met objectieve gegevens.
De Raad oordeelde dat het college terecht uitging van de taxatiewaarde en dat de vooronderstelling geldt dat onroerend goed in het eigendomsregister deel uitmaakt van het vermogen. De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde het bestreden besluit en de terugvordering van €36.064,72.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemeld vermogen wordt bevestigd.