ECLI:NL:CRVB:2012:BY2967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande, terwijl zij samenwoonde met M, die dit niet had gemeld aan het college. Na onderzoek door sociale recherche werd vastgesteld dat zij een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor de bijstand ten onrechte was toegekend. Het college vorderde de kosten van bijstand terug van appellante op grond van artikel 59, tweede lid, WWB.
Appellante voerde aan dat haar verklaringen tijdens het verhoor onrechtmatig waren verkregen, onder meer wegens het ontbreken van een raadsman en het gebruik van bewustzijnsvernauwende middelen. De Raad verwierp deze bezwaren, stellende dat het recht op bijstand van een advocaat in deze bestuursrechtelijke procedure niet van toepassing is en dat er geen aanwijzingen zijn dat de verklaringen onjuist of onbetrouwbaar zijn.
De Raad concludeerde dat appellante en M een gezamenlijke huishouding voerden en dat het college terecht de terugvordering heeft ingesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand van appellante bevestigd.