ECLI:NL:CRVB:2012:BY1305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet tijdig nemen van besluit WWB-aanvraag en opdracht nieuw besluit te nemen
Appellanten hebben bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college besloot op 20 oktober 2009 op de aanvraag, waarbij aan appellant bijstand werd verleend en aan appellante werd geweigerd vanwege haar verblijfsrechtelijke status. Appellante maakte bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag, dat ongegrond werd verklaard omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat op 20 oktober 2009 al een besluit was genomen. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede gericht is tegen het besluit van 20 oktober 2009, omdat dit besluit niet geheel tegemoet komt aan het bezwaar.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het bezwaar ongegrond werd verklaard en verklaart het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, waarbij deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar tegen het besluit van 20 oktober 2009, waarbij appellante gelegenheid krijgt bezwaargronden in te dienen en te worden gehoord. Een bestuurlijke lus wordt niet toegepast omdat de kern van de zaak nog niet aan de orde is geweest en appellante dit niet wenst.
Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.