ECLI:NL:CRVB:2012:BY0288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen intrekkingsbesluit bijstand WWB
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle schortte het recht op bijstand op vanwege het niet verstrekken van gevraagde gegevens en trok de bijstand later in nadat appellant binnen de hersteltermijn niet aan zijn verplichtingen had voldaan.
Appellant maakte bezwaar tegen het opschortingsbesluit, maar niet tegen het intrekkingsbesluit. Het college verklaarde het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het bezwaar tegen het opschortingsbesluit ook moest worden gezien als bezwaar tegen het intrekkingsbesluit. De Raad verwierp dit omdat het intrekkingsbesluit nog niet bestond ten tijde van het bezwaarschrift en appellant ook niet redelijkerwijs kon menen dat dit wel zo was.
De Raad oordeelde verder dat de artikelen 6:18 en 6:19 Awb niet tot een ander oordeel leiden, omdat het intrekkingsbesluit een andere grondslag heeft dan het opschortingsbesluit. Ook was er geen sprake van verwarring door de opeenvolgende besluiten. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te vroeg was ingediend.