ECLI:NL:CRVB:2012:BX9907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking en herziening van WAO- en Ziektewetuitkeringen door UWV
Appellant ontving een WAO-uitkering die per 23 december 2007 werd ingetrokken. Na diverse ziekmeldingen en aanvragen voor heropening van uitkeringen op grond van de WAO en Ziektewet, werden besluiten genomen door het UWV om uitkeringen toe te kennen, te beëindigen of te herzien. Appellant stelde dat zijn visusklachten eerder hadden moeten worden meegewogen en dat de ingangsdatum van de WAO-uitkering naar voren moest worden gehaald.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de besluiten ongegrond, maar in hoger beroep vernietigde de Centrale Raad van Beroep de besluiten tot intrekking van de Ziektewetuitkeringen omdat appellant onvolledige informatie had verstrekt over zijn oogklachten. De Raad oordeelde dat het UWV niet verplicht was zonder concrete aanwijzingen gericht onderzoek te doen naar niet gemelde klachten. De overige besluiten, waaronder die over de heropening van de WAO-uitkering en de ingangsdatum daarvan, werden bevestigd.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot betaling van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden deels vernietigd en deels bevestigd, waarbij de Raad een zorgvuldige afweging maakte op basis van medische rapporten en de toepasselijke wet- en regelgeving.
Uitkomst: De Raad vernietigt de intrekkingsbesluiten van de Ziektewetuitkeringen en bevestigt de overige besluiten; het UWV wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.