ECLI:NL:CRVB:2012:BX9884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep inzake herziening WAO-uitkering
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van de werkgever tegen een herzieningsbesluit van het UWV betrof. Het UWV had de WAO-uitkering van appellante herzien naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Appellante had haar eigen beroep tegen het herzieningsbesluit bij de rechtbank ingetrokken, maar nam wel deel aan de bezwaarprocedure van haar werkgever.
De rechtbank had het beroep van de werkgever gegrond verklaard en het herzieningsbesluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit in stand gelaten. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar het UWV stelde dat dit niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat appellante geen beroep had ingesteld bij de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante inderdaad geen beroep had ingesteld bij de rechtbank en dat haar hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is op grond van artikel 6:13 en Pro 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht. Er was geen proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 oktober 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen beroep bij de rechtbank heeft ingesteld.