ECLI:NL:CRVB:2012:BX8887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.H. Bel
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstand wegens verwijtbare werkloosheid en onvoldoende gebruik voorziening
Appellant ontving bijstand van mei 2009 tot oktober 2010 en was vanaf oktober 2009 in dienst bij SagEnn met een proeftijd. Hij kreeg twee officiële waarschuwingen wegens afwezigheid zonder bericht en werd in oktober 2009 per direct ontslagen. Het college beëindigde de bijstand per 1 oktober 2009 omdat appellant inkomsten had die de bijstandsnorm overschreden.
Appellant meldde zich pas in november 2009 weer voor bijstand aan, met het argument dat gezondheidsklachten hem eerder melden belemmerden. Het college legde een verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand op wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 27 april 2010. Het college trok het besluit in en wijzigde de verlaging naar 20%. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat gezondheidsklachten hem belemmerden en dat hij onvoldoende gebruik heeft gemaakt van de aangeboden voorziening. De verlaging van 20% gedurende een maand is passend en rechtmatig.
De Raad veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant en verklaart het beroep tegen het besluit van 24 mei 2012 ongegrond.
Uitkomst: De bijstand wordt met 20% gedurende een maand verlaagd wegens verwijtbare werkloosheid en onvoldoende gebruik van de voorziening.