ECLI:NL:CRVB:2012:BX8347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens niet-zwangerschapsgerelateerde arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als winkelmedewerkster, viel op 17 juni 2010 uit met bekkenklachten tijdens haar zwangerschap. Het UWV besloot per 22 juli 2010 dat zij vanaf die datum geen recht had op ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW), omdat de klachten niet het gevolg waren van zwangerschap. Dit besluit werd gehandhaafd bij bezwaar op 16 augustus 2010, gebaseerd op een rapport van een bezwaarverzekeringsarts die stelde dat de klachten niet door zwangerschap konden worden veroorzaakt gezien de zwangerschapsduur en medische voorgeschiedenis.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische situatie op 17 juni 2010 niet vergelijkbaar was met die bij de latere toekenning van ziekengeld per 30 augustus 2010. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten wel samenhingen met de zwangerschap en dat het UWV de stukken van de latere toekenning had moeten overleggen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante haar standpunt niet met medische gegevens had onderbouwd en dat het niet verschijnen op de zitting haar risico was. De raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat de medische situatie op 17 juni 2010 niet vergelijkbaar was met die op 30 augustus 2010. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit dat appellante vanaf 17 juni 2010 geen recht had op ziekengeld wordt bevestigd.