ECLI:NL:CRVB:2012:BX7455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dagloonberekening WW volgens artikel 9 Besluit dagloonregels
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de hoogte van het vastgestelde dagloon voor haar WW-uitkering, stellende dat het dagloon onjuist is berekend omdat het lager is dan het maximum dagloon dat zij verdiende. Zij betoogde dat het UWV ten onrechte twee keer rekening houdt met het feit dat zij minder uren werkte bij een andere werkgever in de referteperiode, en dat het beleid waarbij artikel 9 van Pro het Besluit dagloonregels buiten toepassing bleef bij een urenverschil van vijf uur of minder, onterecht niet werd toegepast.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV het dagloon correct had vastgesteld conform de wettelijke bepalingen en het Besluit. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad verduidelijkte dat volgens artikel 9 van Pro het Besluit niet het volledige loon uit de laatste dienstbetrekking wordt meegeteld, maar slechts het gedeelte dat de voorlaatste dienstbetrekking vervangt.
Verder stelde de Raad dat het beleid van het UWV om artikel 9 buiten Pro toepassing te laten bij een klein urenverschil per 1 december 2009 was ingetrokken, zodat appellante geen recht had op toepassing daarvan. Ook het beroep op het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel faalde, omdat het UWV verplicht is artikel 9 correct Pro toe te passen, ondanks eerdere uitvoeringstechnische problemen.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de dagloonberekening van het UWV bevestigd.