ECLI:NL:CRVB:2012:BX7086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering van bijstand wegens overschrijding vermogensgrens door onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1997 en werden geconfronteerd met herziening en terugvordering van bijstand over meerdere perioden wegens het niet melden van onroerend goed in Turkije. Uit onderzoek van het Internationaal Bureau Fraude Informatie en de Nederlandse ambassade bleek dat appellanten beschikten over een appartementencomplex en een werkplaats met een gezamenlijke waarde die de vermogensgrens overschreed.
Het college trok de bijstand in en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond, met name voor de periode van 15 januari 2009 tot en met 28 februari 2009, vanwege onvoldoende motivering. Het college handhaafde daarop de besluiten, wat aanleiding gaf tot hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college terecht aannam dat appellanten beschikten over vermogen boven de vermogensgrens en dat de schending van de inlichtingenplicht het recht op bijstand beïnvloedde. De stellingen van appellanten over verkoop en waardering werden niet aannemelijk geacht. Wel werd het besluit van 28 september 2010 vernietigd omdat het college ten onrechte het recht op bijstand niet kon vaststellen over die periode, terwijl het vermogen de grens overschreed.
De Raad bevestigde dat financiële gevolgen van schending van de inlichtingenplicht voor rekening van appellanten blijven en dat dringende redenen om af te zien van intrekking en terugvordering ontbraken. Het college werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan appellanten vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen behalve tegen het besluit van 28 september 2010 dat wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen in stand blijven.