ECLI:NL:CRVB:2012:BX6551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit tot toekenning WGA-uitkering en afwijzing IVA-uitkering per 1 september 2009
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het UWV-besluit waarbij haar WGA-vervolguitkering per 1 september 2009 werd vastgesteld, omdat zij meende volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn en aanspraak te maken op een IVA-uitkering per die datum. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De medische beoordeling door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de beperkingen van appellante, waaronder chronische bronchitis, astma en OSAS, niet zodanig waren toegenomen dat zij recht had op een IVA-uitkering per 1 september 2009. De bezwaararbeidsdeskundige bevestigde dat de voorgehouden functies passend waren, ondanks een omissie in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) ten aanzien van blootstelling aan koude en prikkelende stoffen.
Hoewel appellante later per 1 juli 2011 een IVA-uitkering toegekend kreeg, speelde bij die toekenning ook een indexering van het maatmaninkomen een belangrijke rol, waardoor dit niet terugwerkend recht gaf op een IVA-uitkering per 1 september 2009. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt afgewezen en het UWV-besluit tot toekenning van de WGA-uitkering per 1 september 2009 wordt bevestigd.