ECLI:NL:CRVB:2012:BX6056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante vordert toekenning van een WAO-uitkering op grond van vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid door rugklachten sinds maart 2003, binnen vijf jaar na intrekking van haar eerdere WAO-uitkering per 24 april 2000.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard omdat de toegenomen beperkingen voortvloeien uit een andere ziekteoorzaak dan waarvoor de oorspronkelijke WAO-uitkering werd toegekend. Appellante heeft geen medische stukken overgelegd die de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts, dat er geen toename van rugklachten was rond maart 2003, weerspreken.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat het UWV terecht de WAO-uitkering heeft geweigerd. De Raad verwijst naar de Brummendoctrine en benadrukt dat zonder bewijs van toegenomen arbeidsongeschiktheid door dezelfde oorzaak geen recht op hernieuwde uitkering bestaat.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 augustus 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de WAO-uitkering heeft geweigerd wegens ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid door dezelfde oorzaak.