ECLI:NL:CRVB:2012:BX5816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering terugkomen op besluit voorbereidingskrediet en afwijzing BBZ-krediet wegens niet-levensvatbaarheid onderneming
Appellant, een bijstandsgerechtigde, had een aanvraag ingediend voor een voorbereidingsperiode en krediet om een eigen onderneming te starten. Het dagelijks bestuur kende een voorbereidingskrediet toe, maar wees later een verzoek tot vergoeding van marktonderzoekskosten af omdat het maximale bedrag reeds was toegekend. Tevens werd een aanvraag voor een krediet voor bedrijfskapitaal afgewezen op advies van een extern bureau dat de onderneming niet levensvatbaar achtte.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit tot weigering terug te komen op het voorbereidingskrediet niet-ontvankelijk en het beroep tegen de afwijzing van het krediet ongegrond. De Centrale Raad vernietigt het oordeel over het eerste besluit en verklaart het beroep ongegrond, omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een terugkomen rechtvaardigen. Het advies van het externe bureau was terecht als grondslag gebruikt voor de afwijzing van het krediet, mede omdat het eerdere advies van het IMK geen positief oordeel over de levensvatbaarheid gaf.
De Raad veroordeelt het dagelijks bestuur in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De uitspraak bevestigt de afwijzing van het krediet en corrigeert de procedurele fout rond het eerste besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering terug te komen op het voorbereidingskrediet wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het krediet wegens niet-levensvatbaarheid wordt bevestigd.