ECLI:NL:CRVB:2012:BX5047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- H.D. Stout
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemeld vermogen in onroerend goed in Marokko
Appellanten ontvingen vanaf 1995 bijstand op grond van de WWB. Het college trok deze bijstand in 2010 met terugwerkende kracht in, omdat appellanten niet hadden gemeld dat zij eigenaar waren van een woning met grond in Marokko, met een getaxeerde waarde van €42.000, wat boven het vrij te laten vermogen ligt.
De rechtbank Amsterdam oordeelde eerder dat er voldoende feitelijke grondslag was voor het standpunt van het college dat appellanten eigenaar waren van het onroerend goed. Appellanten betwistten dit in hoger beroep en stelden dat het eigendom bij een neef lag en dat de onderzoeksbevindingen van de Nederlandse ambassade ondeugdelijk waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verklaringen van appellanten zelf, gecombineerd met het onderzoek van de ambassade, ondubbelzinnig aantonen dat appellanten eigenaar waren gedurende de gehele periode van 1995 tot 2010. De door appellanten overgelegde verklaringen waren onvoldoende en niet ondersteund door objectieve gegevens. Het college was daarom bevoegd de bijstand in te trekken. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens het niet melden van eigendom van onroerend goed in Marokko.