ECLI:NL:CRVB:2012:BX4920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende toekenning WAO-uitkering bij verlate aanvraag
Appellante vroeg met terugwerkende kracht een WAO-uitkering toe te kennen wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van vóór de aanvraagdatum. Het UWV weigerde dit omdat zij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was vóór 1 januari 2000. Na bezwaar werd de uitkering toegekend vanaf een jaar voor de aanvraagdatum, 25 maart 2009.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat niet was gebleken dat zij door haar psychische toestand niet in staat was eerder een aanvraag in te dienen. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Raad concludeerde dat geen sprake was van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de WAO.
De medische rapporten bevestigden dat appellante voldoende inzicht had en in staat was tijdig een aanvraag te doen. Er was geen bewijs dat haar psychische toestand haar verhinderde eerder een aanvraag in te dienen. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellante geen bijzonder geval is en wijst terugwerkende toekenning verder dan een jaar voor de aanvraag af.