ECLI:NL:CRVB:2012:BX4701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing zaak over procesbelang bij WIA-uitkering en IVA-recht
De zaak betreft een hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep van appellant tegen een beslissing op bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde vanwege het ontbreken van procesbelang. De rechtbank oordeelde dat het nastreven van een vaststelling van een loongerelateerde WGA-uitkering, zelfs bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, geen feitelijke betekenis voor appellant had.
Appellant stelde tijdens de nadere zitting dat hij aanspraak wilde maken op een IVA-uitkering, een belang dat pas later in de procedure naar voren werd gebracht. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat dit procesbelang van meet af aan aanwezig was en niet verloren is gegaan gedurende de procedure.
Beide partijen hebben aangegeven belang te hebben bij terugwijzing van de zaak naar de rechtbank, mede omdat in een lopende procedure bij de rechtbank een deskundige zal worden benoemd wiens bevindingen ook relevant zijn voor deze zaak. De Raad ziet daarom aanleiding de zaak terug te wijzen voor verdere behandeling.
De Raad veroordeelt het Uwv in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het niet-ontvankelijkheidsbesluit en wijst de zaak terug naar de rechtbank.