ECLI:NL:CRVB:2012:BX4550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op extra toeslag WWB wegens schending inlichtingenverplichting en geen co-ouderschap
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de WWB en ontving een toeslag van 20% plus een extra toeslag van 10% omdat zij verklaarde dat haar jongste kind de helft van de tijd bij haar verbleef. Na onderzoek bleek dat het jongste kind vrijwel uitsluitend bij de ex-echtgenoot verbleef en slechts incidenteel bij appellante kwam eten.
Het college herzag daarop de bijstand en vorderde een bedrag terug wegens onjuiste informatie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij co-ouder is en dat het college geen beleid voert over co-ouderschap, waardoor de herziening onrechtmatig zou zijn. Ook stelde zij dat de maatregel in strijd was met artikel 6 EVRM Pro.
De Raad oordeelde dat het college wel degelijk beleid heeft over co-ouderschap en dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door onjuiste informatie te verstrekken over het verblijf van haar kind. De maatregel was voorzienbaar en niet in strijd met het EVRM. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bestreden besluit bevestigd dat appellante geen recht heeft op de extra toeslag van 10% wegens geen co-ouderschap en schending van de inlichtingenverplichting.