ECLI:NL:CRVB:2012:BX4247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- M.S.E. Wulffraat-Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot onderzoek rechtmatigheid nabestaandenuitkering bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Appellant, de Sociale verzekeringsbank, had een besluit genomen tot schorsing van de nabestaandenuitkering aan betrokkene. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onduidelijkheid over de wettelijke grondslag van de onderzoeksbevoegdheid van appellant.
In hoger beroep stelde appellant dat de bevoegdheid tot onderzoek gebaseerd was op artikel 36 van Pro de Algemene nabestaandenwet (ANW) en de daarop berustende controlevoorschriften, niet op artikel 35 zoals Pro de rechtbank aannam. De Raad constateerde dat het bestreden besluit weliswaar artikel 36 ANW Pro vermeldde, maar de motivering de indruk wekte dat artikel 35 werd Pro toegepast.
De Raad oordeelde dat de rechtbank het besluit niet had mogen vernietigen, maar appellant de gelegenheid had moeten geven de motivering aan te passen. De Raad bevestigde dat appellant bevoegd was het onderzoek te laten uitvoeren, ook in het buitenland, en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Het beroep tegen het besluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot schorsing van de nabestaandenuitkering wordt ongegrond verklaard.