ECLI:NL:CRVB:2012:BX4022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als bagagemedewerker, viel uit wegens rug-, been- en spanningsklachten. Het UWV stelde na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor de hem voorgehouden functies, waarna de uitkering werd beëindigd.
Appellant voerde bezwaar en beroep aan tegen deze beslissing, stellende dat zijn beperkingen ernstiger waren. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde na nadere medische gegevens dat er geen nieuwe inzichten waren die het eerdere oordeel wijzigden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel. De Raad vond de medische beoordeling zorgvuldig en voldoende onderbouwd, waarbij de beperkingen van appellant niet zodanig waren dat hij ongeschikt was voor de functies.
Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.