ECLI:NL:CRVB:2012:BX3740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering export Wajong-uitkering bij verhuizing naar Suriname
Appellant, sinds 1977 gerechtigd tot een arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens een psychiatrische aandoening, verzocht in 2008 om toestemming om met behoud van zijn Wajong-uitkering naar Suriname te verhuizen. Het UWV weigerde dit omdat beëindiging van de uitkering geen onbillijkheid van overwegende aard opleverde. Appellant voerde medische noodzaak aan voor behandeling in Suriname en stelde dat er sprake was van ongelijke behandeling ten opzichte van WAO/WIA-gerechtigden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen medisch objectiveerbare noodzaak was voor behandeling in Suriname. Ook werd het beroep op ongelijke behandeling en discriminatie verworpen. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad vond dat appellant niet had aangetoond dat de hardheidsclausule toegepast moest worden en dat de gestelde discriminatie niet onderbouwd was.
De Raad benadrukte dat de ervaren kwaliteit van leven in Suriname geen doorslaggevende factor is bij de toepassing van de hardheidsclausule en dat de medische verklaringen onvoldoende waren om een dwingende noodzaak tot behandeling in Suriname aan te tonen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat de Wajong-uitkering niet naar Suriname kan worden geëxporteerd.