ECLI:NL:CRVB:2012:BX3364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na onderzoek vast dat zij en haar echtgenoot sinds 1997 een gezamenlijke huishouding voerden. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van ruim €150.000.
De rechtbank vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden. In hoger beroep betwistte appellante dit en ontkende zij het bestaan van vermogen en inkomen dat aan haar werd toegerekend.
De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven vereist dat echtgenoten hun leven afzonderlijk leiden als ware zij ongehuwd, en dat verklaringen van appellante en haar echtgenoot, bevestigd door buurtbewoners, overtuigend aantonen dat zij niet duurzaam gescheiden leefden. De Raad verwierp het verweer tegen de verklaringen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Hierdoor heeft appellante geen recht op bijstand als alleenstaande ouder en is de intrekking en terugvordering terecht. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand zijn terecht omdat appellante niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot.