ECLI:NL:CRVB:2012:BX2646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid volgens WAO-beoordeling bevestigd
Appellant was laatstelijk werkzaam als boutenmaker en meldde zich in 2003 ziek met rug- en psychische klachten, waarna een WAO-uitkering werd toegekend. In 2008 meldde hij zich opnieuw ziek met algemene pijnklachten. Een verzekeringsarts achtte hem geschikt voor ten minste één functie uit de WAO-beoordeling, waarna het Uwv de Ziektewetuitkering per 15 juni 2009 beëindigde.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, stellende dat de medische rapporten zorgvuldig en gemotiveerd waren en dat het Uwv de belastbaarheid van appellant niet had overschat.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de voorgehouden functies niet passend waren. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank, oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts over voldoende medische gegevens beschikte en dat er geen aanwijzingen waren dat diens conclusie onjuist was.
Appellant bracht geen nieuwe medische informatie in hoger beroep naar voren. Daarom werd het hoger beroep verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.