ECLI:NL:CRVB:2012:BX2624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante vorderde een Ziektewet-uitkering met ingang van 1 februari 2008 wegens vermeende arbeidsongeschiktheid door chronische nek-, rug- en schouderklachten, moeheidsklachten en psychische klachten. Het UWV wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV het bezwaar terecht mede richtte tegen het besluit van 10 december 2008.
De Raad stelde vast dat er geen objectieve medische gegevens waren die de stressklachten of moeheidsklachten op 1 februari 2008 konden onderbouwen als ziekte die arbeidsongeschiktheid veroorzaakte. De medische rapportage van de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat appellante geschikt was voor haar werk als assistent groepshulp/woonbegeleider. De psychische klachten waren pas in juli 2009 vastgesteld en de moeheidsklachten konden niet worden toegeschreven aan de ziekte van Pfeiffer op de datum in geschil.
De Raad vernietigde het besluit van 28 oktober 2009 en verklaarde het beroep tegen het besluit van 26 januari 2012 ongegrond. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante. Hiermee werd bevestigd dat onvoldoende medische onderbouwing leidt tot afwijzing van een Ziektewet-uitkering.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 26 januari 2012 wordt ongegrond verklaard en het besluit van 28 oktober 2009 wordt vernietigd.