ECLI:NL:CRVB:2012:BX2621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding onderwijsvoorzieningen voor dyslectische student wegens uitsluiting in Uitvoeringsbesluit
Appellant, een student met dyslexie, vroeg bij het UWV om vergoeding van onderwijsvoorzieningen, waaronder een Dragon Naturally Speaking en Kurzweil 3000 USB-stick. Het UWV wees de aanvraag af op grond van artikel 5, tweede lid, onder e, van het Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap, waarin voorzieningen die verband houden met dyslexie zijn uitgesloten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat er geen sprake was van gelijke gevallen tussen personen met alleen dyslexie en personen met dyslexie gecombineerd met een motorische handicap. Appellant stelde in hoger beroep dat het Uitvoeringsbesluit buiten toepassing moest blijven en dat de uitsluiting in strijd was met artikel 1 van Pro de Grondwet en de Wet gelijke behandeling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uitvoeringsbesluit een discretionaire bevoegdheid aan het UWV verleent en dat de uitsluiting van dyslexievoorzieningen objectief en redelijk is gerechtvaardigd, mede omdat de verantwoordelijkheid voor voorzieningen aan dyslectische leerlingen bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ligt. Het beroep op gelijke behandeling faalde eveneens omdat de uitsluiting op redelijke gronden berust.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees erop dat eventuele ongerechtvaardigde verschillen in behandeling bij de minister van Onderwijs moeten worden aangekaart.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor onderwijsvoorzieningen voor dyslexie op grond van het Uitvoeringsbesluit.