ECLI:NL:CRVB:2012:BX2618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluiten UWV inzake herziening WW- en TW-uitkering en boete
Appellant ontving een WW-uitkering en toeslag op grond van de Toeslagenwet. Naar aanleiding van een signaal over inkomsten uit werkzaamheden via een uitzendbureau startte het UWV een onderzoek. Op basis hiervan herzag het UWV de uitkering en vorderde onverschuldigde bedragen terug, en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, die door het UWV werden afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het UWV handhaafde het standpunt niet in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt daarom de aangevallen uitspraak voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten, herroept de besluiten van 7 en 21 april 2010, en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 8 juni 2010. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep herroept de besluiten van het UWV en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant.