ECLI:NL:CRVB:2012:BX1787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens schending inlichtingenplicht tijdens detentie
Appellant ontving bijstand en werd door het college van burgemeester en wethouders van Heerlen geconfronteerd met een verlaging van zijn bijstand wegens het niet melden van zijn detentie van 2 tot 23 december 2008. Het college stelde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door dit niet onverwijld te melden, wat leidde tot een verlaging van vijf procent gedurende een maand.
De rechtbank had het beroep tegen het besluit tot vrijstelling van arbeidsverplichtingen gegrond verklaard, maar het beroep tegen de bijstandsverlaging ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep onder meer aan dat de rechtbank ten onrechte de zaken had gevoegd behandeld, dat hij tijdig geïnformeerd had, en dat bijzondere omstandigheden tot vermindering van de maatregel moesten leiden.
De Raad oordeelde dat de rechtbank bevoegd was de zaken te voegen en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet zelf of via derden tijdig melding kon maken van zijn detentie. De mededelingen van maatschappelijk werk en contactpersonen dat zij instanties zouden informeren, werden niet als voldoende bewijs geaccepteerd. Ook de persoonlijke omstandigheden van appellant boden geen grond voor vermindering van de maatregel. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en handhaafde de verlaging van de bijstand.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens het niet tijdig melden van detentie wordt bevestigd.