ECLI:NL:CRVB:2012:BX1651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet-naleving werkstage Springplank
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd door het college van burgemeester en wethouders van Groningen aangemeld voor het traject Springplank, gericht op arbeidsinschakeling. Appellant verscheen zonder geldige reden niet op zijn werkstage bij Springplank, waarop het college de bijstand met 20% voor een maand verlaagde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregel ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat Springplank geen passende voorziening was en dat het college maatwerk had moeten leveren. De Raad overwoog dat het college bevoegd was om te bepalen welke re-integratievoorziening passend is, mits deze maatwerk levert en dit aan appellant kenbaar maakt.
De Raad stelde vast dat het traject Springplank gericht is op het verkrijgen en behouden van werknemersvaardigheden en begeleiding richting werk. Uit rapportages bleek dat appellant onvoldoende meewerkte en dat het college op goede gronden het traject passend achtte. De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij ook werd geoordeeld dat de maatregel niet in strijd is met artikel 4 EVRM Pro.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 20% voor een maand wegens het niet verschijnen op de werkstage wordt bevestigd.