ECLI:NL:CRVB:2012:BX1266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding bijstand wegens niet bewezen contante aflossing vordering
Appellant ontvangt bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB) en er is een vordering op hem waarvoor het college een bedrag van €46,76 heeft ingehouden over augustus en september 2007. Het college verklaarde het bezwaar tegen deze inhoudingen ongegrond omdat niet was gebleken dat de vordering contant was afgelost.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij de vordering op 3 september 2007 contant had voldaan en verwees naar een uitkeringsspecificatie van 29 augustus 2007 als bewijs. Hij verzocht om de medewerker die deze specificatie had afgegeven als getuige te horen.
De Raad wees dit verzoek af omdat de specificatie niet als bewijs kon dienen: de datum lag vóór de gestelde betaling en er was geen ontvangstbewijs of ondertekening door de ontvanger. Zonder ander bewijs kon de Raad niet vaststellen dat de vordering was afgelost.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de inhouding op de bijstand bevestigd.