ECLI:NL:CRVB:2012:BX1207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over verlenging ziektewettoepassing bij hemofilie en progressief ziektebeeld
Betrokkene lijdt sinds geboorte aan hemofilie, een erfelijke bloedstollingsstoornis die leidt tot gewrichtsbloedingen en beschadigingen. Na een eerdere WAO-uitkering en toekenning van de status arbeidsgehandicapte, trad betrokkene in dienst bij een werkgever waarbij toepassing van artikel 29b van de Ziektewet (ZW) werd toegekend voor vijf jaar.
Betrokkene verzocht om verlenging van deze toepassing met nog eens vijf jaar, maar dit verzoek werd afgewezen door appellant omdat geen sprake zou zijn van een aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten volgens de criteria van artikel 29b ZW. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat de uitleg van appellant niet strookte met de parlementaire geschiedenis en beleidsregels.
In hoger beroep stelde appellant dat artikel 29c ZW, dat per 1 augustus 2009 van kracht werd, van toepassing is en dat verlenging slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk is, bijvoorbeeld bij bijkomende aandoeningen. De Raad stelde echter vast dat artikel 29c geen eis van een bijkomende aandoening kent en dat hemofilie als erfelijke aandoening onder de criteria kan vallen.
De verzekeringsartsen hadden aangegeven dat betrokkene al beperkingen had en geen bijkomende aandoening, maar waren niet specifiek ingegaan op het criterium van een aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten zoals vereist door artikel 29c ZW. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit niet op een deugdelijke grondslag berust en droeg appellant op binnen acht weken de gebreken te herstellen.
Uitkomst: Het bestreden besluit berust niet op een deugdelijke grondslag en moet binnen acht weken worden hersteld.