ECLI:NL:CRVB:2012:BX1196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Herleving recht op vervolguitkering Werkloosheidswet na werkhervatting niet toegekend
Betrokkene had een WW-uitkering ontvangen met een loongerelateerde uitkering en een vervolguitkering tot 31 december 2006. Na werkhervatting per 22 september 2003 en een periode van ziekte, werd een vervolguitkering aangevraagd voor de periode na haar laatste ziekmelding. Deze aanvraag werd afgewezen omdat de gefixeerde einddatum van de vervolguitkering was verstreken.
De rechtbank had het besluit vernietigd omdat zij meende dat artikel 130o van de WW van toepassing was, maar de Raad oordeelde dat aan de voorwaarden van artikel 130h, tweede lid, niet was voldaan. Er was geen nieuw recht op WW-uitkering ontstaan na de werkhervatting, mede omdat betrokkene zich ziek had gemeld en loon werd doorbetaald.
De Raad concludeerde dat de herleving van het recht op vervolguitkering niet mogelijk was, bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde appellant in de proceskosten. Overige stellingen van betrokkene behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: Geen nieuw recht op WW-uitkering na werkhervatting, herleving vervolguitkering niet toegekend