ECLI:NL:CRVB:2012:BX1195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
De zaak betreft een hoger beroep van een besloten vennootschap tegen het besluit van het UWV om de loonsanctie te verlengen wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. Het UWV had het recht van de werknemer op loon tijdens ziekte verlengd tot 1 mei 2011, later verkort tot 30 december 2010, omdat de werkgever onvoldoende inspanningen had geleverd om de werknemer te re-integreren, met name in het tweede spoor.
De rechtbank had het beroep van de werkgever ongegrond verklaard, stellende dat de werkgever onvoldoende had gedaan, zoals het niet tijdig inschakelen van een re-integratiebureau en het niet opvolgen van adviezen van de arbodienst. De werkgever voerde onder meer aan dat de economische crisis en de leeftijd en handicap van de werknemer een deugdelijke grond vormden, maar dit werd door de arbeidsdeskundigen en de rechtbank verworpen.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad onderschrijft de conclusies van de arbeidsdeskundigen en oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe gezichtspunten bevat die tot een ander oordeel leiden. De loonsanctie is daarmee terecht opgelegd en verlengd, en het hoger beroep wordt verworpen.
De Raad ziet geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten en bevestigt de aangevallen uitspraak in het openbaar op 11 juli 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen terecht is opgelegd en verlengd tot 30 december 2010.