ECLI:NL:CRVB:2012:BX1172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet-melding werkzaamheden in garagebedrijf
Appellant ontving sinds 1996 bijstand en werkte sinds maart 2007 ongeveer 20 uur per week in een garagebedrijf zonder dit tijdig te melden. Na een onderzoek en huisbezoeken trok het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bijstand met ingang van 23 oktober 2007 in vanwege schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij onbetaald leerde en onder druk stond bij zijn verklaring, maar de Raad vond geen aanleiding om aan de juistheid van de verklaring te twijfelen. De Raad stelde dat de werkzaamheden beroepsmatig waren en dat het ontbreken van betaling niet afdoet aan de plicht tot melding.
De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet-melding van werkzaamheden in een garagebedrijf wordt bevestigd.