ECLI:NL:CRVB:2012:BX1143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een signaal van het Inlichtingenbureau heeft het college een onderzoek ingesteld, waarbij Suwinet werd geraadpleegd en looninformatie werd opgevraagd bij de werkgever. Op basis van een ondertekende verklaring en een gespecificeerde loonstaat concludeerde het college dat betrokkene in de periode mei tot en met september 2006 heeft gewerkt en inkomsten heeft genoten.
Het college herzag daarop de bijstand en vorderde een bedrag terug, waarop betrokkene bezwaar maakte. Hij stelde dat hij slechts twee dagen proef had gewerkt zonder inkomsten en dat hij in augustus 2006 op vakantie was. De rechtbank gaf hem gelijk, oordeelde dat het college niet aan zijn onderzoeksplicht had voldaan en vernietigde het herzieningsbesluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het college wel degelijk voldoende onderzoek heeft gedaan en dat de verzamelde gegevens samen een voldoende grondslag bieden voor de conclusie dat betrokkene inkomsten heeft genoten. De Raad wijst de stellingen van betrokkene af, waaronder de aangifte van valsheid in geschrifte, en verklaart het beroep van het college ongegrond. De terugvordering en maatregel behoeven geen nadere bespreking.
Uitkomst: Het beroep van het college tegen het herzieningsbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.