ECLI:NL:CRVB:2012:BX1126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand tijdens gedwongen opname psychiatrische inrichting
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Van 17 augustus tot 10 december 2009 was zij met rechterlijke machtiging opgenomen in een psychiatrische inrichting. Het college beëindigde de bijstand per 11 november 2009 en trok deze met terugwerkende kracht in vanaf 1 oktober 2009, omdat appellante over voldoende middelen beschikte.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het op een onjuiste grondslag was gebaseerd, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De rechtbank oordeelde dat appellante tijdens haar verblijf in de inrichting geen recht op bijstand had volgens artikel 13 WWB Pro, en dat er geen zeer dringende redenen waren voor toepassing van artikel 16 WWB Pro.
De Raad bevestigt dat appellante geen recht had op bijstand gedurende haar opname en dat de omstandigheden niet voldeden aan de strikte criteria voor een acute noodsituatie. Hoewel appellante een tekort aan woonlasten aanvoerde, was dit onvoldoende voor bijstand. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de bijstand tijdens de gedwongen opname wordt bevestigd.