ECLI:NL:CRVB:2012:BX0525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering bijstandsverlaging wegens onvoldoende concreet werkaanbod en gedragingen die arbeidsinschakeling belemmeren
Appellant en zijn echtgenote ontvangen bijstand sinds 2004. In 2010 werd appellant geconfronteerd met een mogelijke functie als paralegal bij Center Tone Consultancy (CTC). Hoewel een sollicitatiegesprek gepland was, werd dit na e-mailwisselingen geannuleerd en werd geen concreet werkaanbod gedaan. Het college legde een verlaging van 100% van de bijstand op omdat appellant een algemeen geaccepteerde arbeid niet zou hebben aanvaard.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een concreet werkaanbod was dat appellant heeft geweigerd. De verlaging van 100% is daarom onterecht.
Wel is vastgesteld dat appellant onvoldoende heeft voldaan aan zijn verplichting om naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen, wat een gedraging van de derde categorie vormt. De Raad stelt daarom een verlaging van 20% van de bijstand vast, passend bij de ernst en verwijtbaarheid van de gedraging.
De Raad wijst erop dat de functie paralegal een MBO-niveau functie in opleiding betreft, passend bij de inschrijving van appellant bij het CWI en zijn zorgtaken. Er zijn geen dringende redenen om van de verlaging af te zien. Het college wordt veroordeeld in de kosten en dient het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wordt herroepen en vastgesteld op twintig procent gedurende één maand.