ECLI:NL:CRVB:2012:BX0246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- M. Greebe
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken rechtmatig verblijf op eerste dag arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WAO-uitkering aangevraagd omdat hij sinds 2 januari 2002 arbeidsongeschikt is. Hij stelde dat hij sinds 1990 in Nederland woonde en werkte, maar verliet Nederland vanwege ziekte en hoge medische kosten. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant niet verzekerd was op de eerste dag van arbeidsongeschiktheid, 2 januari 2002, vanwege het ontbreken van een rechtmatig verblijf.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij geen uitkering kreeg vanwege het ontbreken van een verblijfstitel, ondanks zijn arbeidsverleden in Nederland. Het UWV verwees naar eerdere jurisprudentie en benadrukte dat de verzekeringsplicht op de eerste dag van arbeidsongeschiktheid wordt beoordeeld.
De Raad concludeerde dat appellant niet heeft aangetoond dat hij op 2 januari 2002 rechtmatig in Nederland verbleef. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd wegens ontbreken rechtmatig verblijf op eerste dag arbeidsongeschiktheid.