ECLI:NL:CRVB:2012:BX0192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-woonachtig op opgegeven adres
Appellante had bij het college een aanvraag om bijstand ingediend met de opgave dat zij met haar dochter woonde op een specifiek adres. Huisbezoeken in 2008 en 2009 toonden echter aan dat de woning schaars was ingericht en dat essentiële voorzieningen ontbraken. Op grond hiervan trok het college de bijstand in met terugwerkende kracht en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond, maar gaf appellante deels gelijk in de procedure over terugvordering. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar medische situatie onvoldoende was meegewogen en dat de rechtbank ten onrechte de verklaring van haar psycholoog negeerde.
De Raad liet nieuwe gronden ter zitting buiten beschouwing wegens strijd met de procesorde. Op basis van concrete feiten en omstandigheden concludeerde de Raad dat appellante niet woonachtig was op het opgegeven adres. De medische verklaring bood onvoldoende onderbouwing. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellante niet woonachtig was op het opgegeven adres.