ECLI:NL:CRVB:2012:BW9767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere bijstand voor mondhygiënische behandelingen met toepassing buitenwettelijk beleid
Appellante diende aanvragen in voor bijzondere bijstand voor mondhygiënische behandelingen. Het college stelde de primaire besluiten buiten behandeling, maar verleende later alsnog bijzondere bijstand tot een bedrag van €345,05, waarbij €250 in mindering werd gebracht als vergoeding die zij zou ontvangen bij een collectieve aanvullende ziektekostenverzekering.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college verklaarde het bezwaar tegen het nieuwe besluit niet-ontvankelijk omdat zij meende volledig aan de bezwaren te hebben voldaan. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat het besluit van 28 september 2009 in rechte onaantastbaar zou zijn geworden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bezwaar mede gericht is tegen het nieuwe besluit en dat de rechtbank dit niet heeft onderkend. De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard en verklaart het bezwaar tegen het nieuwe besluit ongegrond. Het college heeft het buitenwettelijk begunstigend beleid op consistente wijze toegepast door het bedrag van €250 in mindering te brengen.
Verder oordeelt de Raad dat de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening geldt en dat geen sprake is van een acute noodsituatie die bijzondere bijstand op grond van artikel 16 WWB Pro rechtvaardigt. De door appellante aangevoerde persoonsverwisseling leidt niet tot een ander oordeel.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten van appellante en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 juni 2012.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het nieuwe besluit wordt ongegrond verklaard en het college heeft het buitenwettelijk beleid correct toegepast.