ECLI:NL:CRVB:2012:BW9760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- B.M. van Dun
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante werkte als administratief medewerkster voor 20 uur per week en viel uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 19 oktober 2009 en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek onvoldoende was en dat de maatstaf voor 'zijn arbeid' onjuist was, mede door stressvolle deadlines en onderschatting van haar medische beperkingen. Ook wees zij op een persoonlijkheidsproblematiek en de wisselwerking met de ziekte van Crohn.
De Raad oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was, gebaseerd op rapportages van huisarts, specialist en psycholoog, en eigen onderzoek. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat appellante ondanks haar klachten in staat was haar eigen werk te verrichten, mede omdat er geen ernstige depressie was en de fysieke belasting gering was.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde het bestreden besluit. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.