ECLI:NL:CRVB:2012:BW9736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- M. Greebe
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met ingang van 6 augustus 2009
Appellant kreeg vanaf 3 mei 2006 een WAO-uitkering toegekend van 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid. Het UWV herzag deze uitkering bij besluit van 12 oktober 2010 en verhoogde deze met ingang van 6 augustus 2009 naar 80 tot 100%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV voldoende had onderbouwd dat de toename van beperkingen vanaf juli 2009 moest worden vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellant dat hij al eerder meer beperkingen ondervond, verwijzend naar longklachten uit 2007 en psychiatrische problemen, en dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld. Tevens beriep appellant zich op het vertrouwensbeginsel, omdat hem eerder was medegedeeld dat de verhoging per 7 juli 2007 zou ingaan.
De Raad oordeelde dat er geen medische stukken waren die het standpunt van appellant ondersteunden en dat het UWV het medisch onderzoek zorgvuldig had uitgevoerd. De gekozen ingangsdatum van 6 augustus 2009 was zowel medisch als juridisch onderbouwd. Hoewel het UWV in een brief van september 2010 een eerdere ingangsdatum had genoemd, was deze toezegging niet bindend en was het voordeel voor appellant minder groot geworden. Appellant was niet benadeeld en had geen nadelige gevolgen ondervonden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met ingang van 6 augustus 2009 en wijst het hoger beroep af.