ECLI:NL:CRVB:2012:BW9676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellant ontvangt sinds januari 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een melding dat appellant zou samenwonen, startte de gemeente Amsterdam een onderzoek. Op 26 januari 2010 weigerde appellant tijdens een gesprek met handhavingsspecialisten mee te werken aan een huisbezoek, omdat hij andere verplichtingen aanvoerde zoals een sollicitatiegesprek en het terugbrengen van een auto.
Het college trok daarop de bijstand met ingang van die dag in wegens schending van de medewerkingsverplichting. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar zowel de voorzieningenrechter als de Centrale Raad van Beroep verklaarden het beroep ongegrond. De Raad oordeelde dat het college terecht mocht verlangen dat appellant medewerking verleende aan het huisbezoek en dat zijn psychische klachten onvoldoende waren onderbouwd om de weigering te rechtvaardigen.
De Raad benadrukte dat de medewerkingsplicht uit de WWB duidelijk is en dat het belang van het college om de situatie van appellant te verifiëren zwaarder woog dan de door appellant aangevoerde persoonlijke omstandigheden. De intrekking van de bijstand werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens weigering medewerking aan huisbezoek.