ECLI:NL:CRVB:2012:BW9586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens overtreden inlichtingenplicht met oplegging boete
Appellant kreeg een WW-uitkering toegekend vanaf 3 januari 2005 terwijl hij al als zelfstandige werkzaam was. Hij heeft echter zijn werkzaamheden in de avonden en weekenden niet opgegeven op de werkbriefjes, waarmee hij zijn inlichtingenplicht heeft geschonden. Dit leidde ertoe dat het UWV hem een te hoge WW-uitkering heeft verstrekt.
Het UWV heeft het besluit van 28 juli 2010 genomen waarin de uitkering werd herzien, teruggevorderd en een boete werd opgelegd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en het daaropvolgende besluit van 4 januari 2011, waarin het UWV het eerdere besluit handhaafde. De rechtbank had het besluit van 28 juli 2010 deels vernietigd, maar liet de herziening en terugvordering in stand.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank omdat deze het besluit van 4 januari 2011 niet heeft betrokken bij de beoordeling. De Raad verklaart het beroep tegen het besluit van 28 juli 2010 gegrond en vernietigt dat besluit. Het beroep tegen het besluit van 4 januari 2011 wordt ongegrond verklaard voor de herziening en terugvordering, maar gegrond voor de boete. De Raad legt een boete van €1.860 op, passend bij de ernst van de overtreding en de persoonlijke omstandigheden van appellant.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 juni 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 28 juli 2010 wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het besluit van 4 januari 2011 wordt ongegrond verklaard voor herziening en terugvordering, maar gegrond voor de boete van €1.860.