ECLI:NL:CRVB:2012:BW9389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering heroverweging maatregel WWB
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college over de heroverweging van een maatregel WWB waarbij zijn bijstand tijdelijk met 50% werd verlaagd wegens onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling.
De maatregel was beperkt tot twee maanden en eerder door de Raad in stand gelaten. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het college alsnog een besluit tot heroverweging had moeten nemen vanwege gevolgen voor de langdurigheidtoeslag. De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan niet verplicht is elke maatregel te heroverwegen zonder een expliciet verzoek van de belanghebbende. Omdat appellant geen dergelijk verzoek had gedaan, was het college niet gehouden een heroverwegingsbesluit te nemen.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.